YOGA AAN DE IJSSEL

De dag des oordeels, tijd voor het echte het werk!

De weersvoorspellingen waren niet best, sneeuw en regen met veel wind. We besloten het erop te wagen. Bij onze groep voegden zich 4 profsporters (waaronder judoka Roy Meijer) . Zij gebruiken de WHM methode als onderdeel van hun training, met als ultieme uitdaging de Sniezka beklimmen in korte broek!

Wanneer we aankomen lijkt het mee te vallen met het weer. Het sneeuwt, maar het is goed te doen. Ik voel me goed en ben gemotiveerd en gefocust. Ik loop zo lekker dat de groep waar ik mee loop, achter me laat.

Terwijl ik in mijn eentje loop, dwalen gedachten af. Ik loop nu alleen, wat als er iets gebeurd? Ik wil er niet aan denken. Ik focus weer op mijn ademhaling en ik merk amper dat het weer omslaat. Het makkelijkste stuk heb ik gehad, ik tref mensen die net uit de cabine van de kabelbaan stappen, ze staren me vol verbijstering aan. Ik realiseer me dat ik hier half naakt loop, afgezien van (hand)schoenen, muts en de private parts bedekt, loop ik er wel schaars bij. De mensen die uit de kabelbaan komen, dragen dikke warme skipakken. De tegenstelling is wel erg groot. Oh wat voel ik me trots. 

Ik merk dat het weer is omgeslagen. Het waait harder en het voelt ijzig, de wind snijd op mijn blote huid. Ik voel het, alleen ervaar ik het niet zo. Ik heb geen tijd om er bij stil te staan, ik moet naar boven!

Het is niet ver meer, de top is in zicht, maar ik kom bijna niet vooruit, de wind is zo hard dat ik mijzelf vast moet houden aan de rotsen, ik loop niet meer. Ik kruip!


De weg naar boven duurt langer dan ik dacht, die verdomde wind stagneert alles, die kou merk ik niet eens maar die wind des te meer, de weg naar boven is spiegelglad en steil. Het lijkt of de wind nu van alle kanten komt, opgeven is geen optie. Ik moet nog maar een paar meter tot ik boven ben. Ik kom andere Hoffers tegen, ik schrik als ik naar hun gezichten kijk, bevroren baarden, ijspegeltjes aan de wenkbrauwen, bevroren haartjes op de armen. Ik bedenk me dit ik in een oogopslag allemaal waarneem. Zo helder en alert! 

Aan alle kanten trekt de wind aan me. De enige manier om naar boven te gaan is kruipend, voet voor voet, hand voor hand. Opeens voel ik een enorme warmte, een ohw en ahh gevoel komt omhoog, maar ik kan er nu niet te lang bij stil staan nu bijna boven, die laatste meters zijn loodzwaar.

Yessss! Eindelijk boven! Ik ben zo blij dat ik vergeet om op mijn ademhaling te letten. De focus is compleet weg en de kou slaat toe. 


Ineens doen mijn handen doen zeer (alsof ik nu pas bemerk dat ik ze heb) en ik kan me niet meer goed bewegen mijn armen voelen alsof ze worden afgeknepen. Ik begin te huilen en ik ben in totale verwarring, ik kan niks meer. Ik voel alleen nog maar die pijn in mijn lijf, en die kou. (Later kom ik er achter dat de gevoelstemperatuur min 30 moet zijn geweest met wind kracht van 17 km per uur). Ik denk aan thuis, aan mijn kinderen, kan hier een helikopter landen? Wat als ik niet gemist word?  Vries ik hier dood! Ik draai me om en krijg de schrik van mijn leven, daar naast me aan de rechterkant is een afgrond, de angst overvalt me zo als en het is net of ik alles voor het eerst waarneem. Ik voel dat ik verstijf en weer moet ik huilen. Verdomme! ik ben toch zeker hierheen gekomen om de koude te trotseren, niet om dood te gaan van angst!

Ik raap mezelf bij elkaar en sta op om naar beneden te lopen. Ik schuifel naar de rand waar een ketting langs het pad is vast gemaakt. De ene kant van de ketting is het ravijn en aan de andere kant is een spiegelglad pad. Ik probeer het pad te belopen maar iedere keer glij ik uit en bezeer mijn knieën. Mijn handen zijn zo verkrampt van de kou dat ik niks kan vast pakken. Ik besluit langs de andere kant van de ketting te gaan lopen daar ligt geen ijs, maar wel een afgrond. Ik loop enkele meters langs de ketting naar beneden, maar ik word misselijk, krijg hoofdpijn, van de hoogte. Alles wat je aandacht geeft groeit, zo ook mijn angst om te vallen. Gek genoeg keert ook de warmte terug en dat geeft me moed.

Ik stap onder de ketting door en schuifel op mijn billen naar de andere kant van het pad. Ik besluit weer om over het spiegelgladde ijspad te lopen. De wind is nog steeds stevig aanwezig maar door de hervonden warmte, kracht en moed voel ik mij gesterkt.

Ik loop door tot ik ineens mijn naam hoor roepen. Ik ben er, halverwege is er een soort restaurant waar iedereen zich heeft verzameld. Daar aangekomen stort ik in, mijn lijf kan niet meer. Ik kan niet stoppen met rillen. Ik krijg warme chocomel en koffie, dit smaakte nog nooit zo lekker. Ik krijg sokken, een broek en een trui aangereikt. Ik stop mijn handen bij iemand onder zijn shirt om warm te worden. Ik krijg te horen dat niet iedereen naar boven is geweest, omdat het gewoon weg te gevaarlijk werd door te harde wind. Weer moet ik huilen maar nu van trots.

Samen met mijn nieuwe vriendinnen loop ik naar beneden, ieder heeft haar eigen verhaal en ervaring, maar met een gemeenschappelijk deler. We hebben allemaal de ontberingen van de kou doorstaan. Ik heb gevoeld dat de natuur geen medelijden kent!